Goud

Goud is een geel metaliek metaal. Sinds de oudheid is het een zeer gewaardeerd metaal, is roestvrij en vergaat niet. Goud heeft als scheikundig element het symbool Au (afgeleid van het Latijn: aurum dat goud betekend) en atoomnummer 79.

Eigenschappen goud
Goud is het best vervormbaar van alle metalen. Eén gram goud kan worden platgeslagen tot een vel bladgoud van 1 vierkante meter, en 1 troy ounce kan worden uitgerekt tot 2 kilometer. Goud kan zo dun worden geslagen dat het semi-transparent wordt. Zulke semi-transparante bladen goud reflecteren infra-rood licht zeer goed en worden daarom veel toegepast als hitteschild (bijvoorbeeld in de ruimtevaart en in het zonnevisier van ruimtepakken).

Goud is eveneens een goede geleider van warmte en electriciteit. Chemisch reageert goud niet met zuurstof (lucht), water of corrosieve stoffen en wordt daarom veel toegepast in juwelen, munten en ook allerlei beschermende coatings.

Goud is een zeer dicht metaal. 1 kubieke meter goud weegt 19.300 kilogram/m3 . Ter vergelijk: Lood heeft een dichtheid van slechts 11.340 kilogram/m3

Dichtheid (kg.m-3) 19320
Smeltpunt (K) 1337
Kookpunt (K) 3081
Elektrische weerstand (µΩcm) 2,35
Warmtegeleiding (W.m-1.K-1) 317



Goud historie en ontdekking
In Egyptische hiërogliefen van de 26e eeuw voor Christus wordt goud al vermeld als betaalmiddel. Door de zeldzaamheid, de onverwoestbaarheid en de fraaie glans werd goud al snel als waardevol gezien. In de oudheid ging er ook magie uit van goud en stond het symbool voor zuiverheid. Alchemisten zijn lang op zoek geweest naar de steen der wijzen waarmee andere materialen in goud omgevormd zouden kunnen worden. Zij zijn daar nooit in geslaagd hetgeen met de huidige inzichten in de opbouw van atomen goed te verklaren is.

Goud als monetair ruilmiddel
Goud wordt al sinds het begin van de geschiedenis gebruikt als monetair ruilmiddel. Dit gebeurde in de vorm van een hoeveelheid goud gewicht (bijvoorbeeld in de vorm van goudbaren) of door middel van gouden munten die door overheden werden uitgegeven. In de goudstandaard die zo door overheden werd gecreëerd was de waarde van de valuta gelijk aan een hoeveelheid goudgewicht. In het begin van de 20e eeuw werd de papieren goudstandaard ingevoerd waarbij een hoeveelheid papieren valuta nog steeds gelijk was aan een bepaald gewicht aan goud. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog ten gevolgen van de inflatie door de hoge kosten van de oorlog, gingen veel naties over tot de fractionele goudstandaard waarbij het papieren geld, slechts voor een deel voor goud inwisselbaar was. In de periode 1932-1934 schaften de meeste landen de goudstandaard officieel af. Na de Tweede Wereldoorlog werd het systeem van converteerbare valuta ingevoerd onder het Bretton Woods Systeem. Alleen de dollar was nog inwisselbaar voor goud en alle andere valuta waren inwisselbaar voor dollars. De dollar werd hiermee de belangrijkste reserve valuta ter wereld en de belangrijkste handelsvaluta. In 1972 werd eenzijdig door president Nixon de inwisselbaarheid van dollars voor goud opgezegd, doordat de Verenigde Staten te grote overheidstekorten hadden (de oorlog in Vietnam) en deze financierden door het drukken van dollars. Doordat veel landen (waaronder Frankrijk) hun dollarreserves liever omwisselden in goud, werd de Verenigde Staten gedwongen het Bretton Woods Systeem eenzijdig op te zeggen.

Puur goud (99,99% zuiver) is te zacht om te gebruiken in munten die dagelijks gebruikt worden. De meeste gouden munten zijn een legering van goud in combinatie met koper, zilver of andere metalen. Hierdoor wordt de gouden munt harder en slijt minder snel. Het meest gebruikte netto goudgehalte vanaf 1526 was 22 karaat of  91,66%. (bijvoorbeeld het Engelse Gouden Pond). Moderne gouden munten die vooral als investering en belegging worden gebruikt, hebben vaak een vaste hoeveelheid netto gewicht in goud (bijvoorbeeld 1 troy ounce, 31.1 gram). De krugerrand heeft een zuiverheid van 91,66% en de maple leaf heeft een zuiverheid van 99,99%. Beide bevatten echter netto 31.1 gram goud.