Zilver

Zilver is een metaliek metaal en scheikundig element. Zilver heeft als scheikundig element het symbool Ag (afgeleid van het Latijn: argentum) en atoomnummer 47. Een uniek kenmerk van zilver is dat het zowel als monetair metaal, in juwelen en in diverse industriële toepassingen wordt gebruikt.

Eigenschappen zilver
Zilver is van alle metalen het beste electrisch geleidend, het beste warmte geleidend en het heeft de hoogste optische optische reflectie voor wat betreft zichtbaar licht.

Dichtheid (kg.m-3) 10500
Smeltpunt (K) 1235
Kookpunt (K) 2428
Elektrische weerstand (µΩcm) 1,59
Warmtegeleiding (W.m-1.K-1) 429



Zilver belangrijkste toepassingen

  • De goede elektrische geleiding van zilver maakt het een zeer geschikt materiaal in elektrische en elektronische producten.
  • Voor spiegels van hoge kwaliteit is zilver geschikt omdat het over goede licht reflecterende eigenschappen bezit.
  • Sieraden. De glans van zilver maakt het een gewild metaal voor sieraden.
  • Vanwege de unieke desinfecterende eigenschappen van zilver, wordt zilver toegepast voor het zuiveren van drinkwater en verwerkt in desinfecteren kleding.
  • Fotografische toepassingen. In de twintigste eeuw was dit de belangrijkste toepassing van zilver in fotografische materialen. Door de opkomst van de digitale fotografie is deze toepassing sterk dalend.


Zilver historie en ontdekking
Het gebruik van zilver is al bekend sinds 3000-3500 jaar voor Christus. De belangrijkste toepassingen waren het gebruik als versiering voor diverse objecten en als ruil- en betaalmiddel. In veel talen wordt nog steeds hetzelfde woord gebruikt voor zilver en geld.

In de oudheid was zilver de belangrijkste component van Romeinse munten en dit leidde tot de grootste zilverproductie per jaar van circa 200 ton per jaar in de piekjaren. Deze productie werd pas overtroffen na de ontdekking van de zilvermijnen in Mexico en Peru in de nieuwe wereld.

Zilver als monetair ruilmiddel
Zilver wordt al sinds het begin van de geschiedenis gebruikt als monetair ruilmiddel. Dit gebeurde in de vorm van een hoeveelheid zilver gewicht (bijvoorbeeld in de vorm van zilverstaven) en door middel van zilveren munten die door overheden werden uitgegeven. Zilveren munten waren in het dagelijks gebruik gangbaarder dan gouden munten omdat zilver relatief goedkoper is dan goud.  Tot het begin van de twintigste eeuw werd zilver verhandeld in de verhouding van 1/12 ten opzichte van goud. Na het loslaten van zowel de zilver- als goudstandaard wordt zilver de laatste 100 jaar verhandeld in de verhouding van 1/60 tot 1/75.